In 5 stappen meer rust & ruimte in je huis

De ruimte om je heen heeft enorme invloed op de ruimte binnen je.

Stel je maar eens voor dat je op het strand loopt. Je voelt het zand onder je blote voeten, de oneindige horizon, de wind in je haren, de frisheid van het opspattende water… Misschien voel je je verkwikt, alleen al door er aan te denken!

En stel je nu dan eens voor dat je op een warme zolder aan het zoeken bent naar die doos met dat ene boek. De benauwdheid van de ruimte, de krapte, de donkerte, de stoffigheid…. Ieuw.

Toch maar liever terug naar het strand, he?

‘Zo binnen, zo buiten’ zeggen de pagans.
‘Je huis is een afspiegeling van jou’, zegt Feng Shui.

Met andere woorden: ruimtes hebben een grote invloed op je. Hoe meer je er bent, hoe meer invloed. Net als jijzelf trouwens een grote invloed hebt op je ruimte. Stel je maar eens voor dat je een week de afwas niet doet, of besluit om je muren paars te schilderen!

Meestal maken we dit soort keuzes min of meer onbewust. Je had effe geen tijd voor de afwas.
Of je kreeg ineens zin in iets anders: hoppa, paarse muren.

Het idee achter Feng Shui is dat je bewust invloed uitoefent op je leven, door je leefomgeving bewust in te richten. Als je de 5 stappen voor meer rust en ruimte hieronder leest, denk je misschien: ‘ah, maar da’s toch logisch!’. En ja, dat is het precies. Daarom werkt het ook zo goed: Feng Shui is super logisch en natuurlijk.

Ik ben heel benieuwd wat er in je leven gebeurt als je een aantal van deze stappen hieronder gewoon eens doet. Daarbij wil ik je vragen om voor zo’n klus alle tijd te nemen. Geen haast; het hoeft niet allemaal meteen af. Zet eens een timer op een half uur en kijk hoe ver je komt.

Want, misschien nog wel belangrijker dan dat het af komt: dat jij jezelf kan blijven voelen terwijl je bezig bent. Zet er fijne muziek bij op… Misschien ga je al rust en ruimte ervaren, nog vóór je een klus af hebt!


1. Geef spullen hun eigen plek – ook je rommel

Doe je ogen eens dicht, voor een paar minuten. Open ze dan, en kijk eens om je heen alsof je jouw huis voor het eerst ziet.

Wat valt je dan op?
Op welke plekken in je huis is het rustig voor je ogen, en waar verlies je focus?

Kan je bijvoorbeeld het tafelblad nog zien, of liggen er onheldere stapels op van nog te verwerken administratie, de krant van vorige week, oude kerstkaarten en boodschappenlijstjes? Zijn er hoeken in de kamer waar ondefinieerbare stapeltjes zijn ontstaan?

Rommel is op zich helemaal niet erg: het is gewoon onderdeel van het leven. Want waar gehakt wordt, vallen spaanders. Maar zorg wel dat het niet overál rommelig is, want dan wordt ’t dat ook in je hoofd. Wijs in iedere ruimte één plek aan waar je je dagelijkse spaanders verzamelt. Bij mij thuis is dat de grote eettafel in de woonkamer. Zorg vervolgens wel dat het daar niet verstoft. Laat daar alleen de spullen liggen die je ook daadwerkelijk vandaag of morgen gebruikt. Zorg dat andere spullen, als je ze echt wilt of moet bewaren, een eigen heldere plek krijgen. Heb je ze niet onmiddellijk weer nodig, dan verhuizen ze daarnaar toe.

2. Wordt je er niet blij van? Doe het weg

Dat oude suikerpotje van oma; eigenlijk foeilelijk! Maar hoe zou je moeder reageren als ze het niet meer op tafel ziet staan, de volgende keer als ze komt? Of die stoel die je ooit op straat vond en mee naar binnen nam met het idee om ‘m opnieuw te stofferen… hij staat daar nu al twee jaar in de hoek van je kamer, en eigenlijk weet je best dat het er nooit meer van gaat komen.

Herken je dit? Deze spullen herinneren je aan ongezonde delen in jezelf. Bijvoorbeeld aan een onoprecht deel in je relatie met je moeder of aan je uitstelgedrag. Maak er korte metten mee door deze spullen weg te doen. Hup, naar Marktplaats, de kringloop, of terug op straat.

….en haal opgelucht adem.

3. Is het stuk? Repareer het

Hoe je ook je best doet om het te negeren; telkens als je je kamer binnenloopt registreer je onbewust dat je klusjes hebt liggen. ‘Oh ja; er moet nog een nieuw peertje in die lamp.’ Of ‘Het scharnier van de deur piept; ik zou het eigenlijk een drupje olie moeten geven’.

Allemaal ruis op je harde schijf.
Repareer het – en verwonder je over de ruimte en de frisheid die dan in je ontstaat.

4. Maak ruimte tussen de dingen

Als je soms behoefte hebt aan wat meer ademruimte, zou je eens kunnen kijken naar hoe je jouw spullen op hebt geborgen.

Zit jouw boekenkast bijvoorbeeld tjokvol, met horizontale stapeltjes bovenop de staande boeken?
Liggen je skispullen onder je bed gepropt samen met je duikuitrusting?

Zorg dat er in elke kast, lade of andere opbergplek tenminste nog 30% ongebruikte ruimte zit. ‘Lucht’ tussen je spullen maakt dat de energie daar blijft circuleren. Niet alleen daar, maar ook in jou.

5. Gun jezelf een centrum

Iedere ruimte heeft baat bij een eigen hart: een plek waar je je ogen kunt laten rusten als je even ademhaalt. Een plek van schoonheid en betekenis. Een plek waar je een kaarsje brandt voor iemand die wel wat steun kan gebruiken.

In heel veel tradities vind je een huisaltaar in het hart van een ruimte. Daarop zet je objecten of afbeeldingen die je mooi vindt en die betekenis voor je hebben. Ze doen je herinneren aan de kwaliteiten die op dit moment van belang zijn in je leven. Bijvoorbeeld: ga je een nieuw project beginnen? Een afbeelding van Ganesha helpt je herinneren dat je alle obstakels kunt overwinnen. Heb je creativiteit en inspiratie nodig? Saraswati is de go-to-godin.

Hier geldt – meer dan waar in huis dan ook: ‘wat je aandacht geeft, groeit’.
Dus: welke kant wil jij eigenlijk opgroeien? Gun jezelf een beeld of object dat je helpt om die focus te houden. Mocht je daar inspiratie voor nodig hebben: neem eens een kijkje in mijn webwinkel🙂

En dan misschien wel het allerbelangrijkste: stel je hebt één of twee – of alle vijf van de bovenstaande klussen geklaard. Supertof! Dan is er iets dat je echt niet moet vergeten:

Zet een kopje thee, ga er eens lekker voor zitten, en bewonder op je gemakje het resultaat. Niet alleen het resultaat dat je ziet, maar ook het resultaat dat je voelt. Van binnen. Enjoy!